IJssandwiches om voor te smelten

Met temperaturen die voortdurend flirten rond de 28°, kan een lekker ijsje  een geschenk uit de hemel zijn. Zoveel is zeker. Maar vandaag krijg je hier voorlopig alleen het recept voor de koekjes, en doen we het met aangekocht ijs. Vergeef het me, mijn ijsmachine is verbannen naar de eeuwige permafrost verdoemenis. Het rotding. 😉

Treur niet, de koekjes zijn ook lekker zonder ijs, en ’t is plezant om samen te maken met de kinderen. Kom, we beginnen eraan!

(Oh vergeet je ook niet mijn nieuwe Facebookpagina te liken? Je doet er mij een groot plezier mee!)

 

Wat heb je nodig?

  • 150 g boter
  • 50 g bruine suiker
  • 75 g kristalsuiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1 groot ei
  • 200 g bloem
  • 25 g ongezoet cacaopoeder*
  • 1 snufje zout
  • 200 g zwarte chocoladepastilles
  • Roomijs: stracciatella, vanille, pistache, aardbei … wat je lekker vindt

 

 

Verwarm de oven voor op 180°.

Snijd de boter in blokjes en doe er de suikers en het zout bij. Roer met een houten lepel tot alles goed gemengd is. Breek er het eitje en doe bij de boter (de eierschaal mag in de groene bak 😉 ). Roer goed tot een homogene massa.

Hoe zit dat met die zeef, weet je ze nu al liggen? 

Zeef de cacao en de bloem bij de rest en zorg dat alles goed vermengd is. Als laatste mag de chocolade erbij.

Neem een ovenplaat (of twee) en bekleed ze met bakpapier of een siliconematje. Ik had er maar één en heb ze in 2 batchen moeten bakken.

Schep bolletjes deeg (ongeveer de grootte van een pingpongbal) op het matje en zorg ervoor dat er rondom rond een paar centimeters vrij zijn. Druk ze wat plat.

Zet ze 10 à 12 minuten in de oven. Laat ze vervolgens afkoelen op een rooster zodat ze kunnen uitharden.

Neem een koekje, leg er een bolletje ijs op, en druk plat met een tweede koekje. Lekker jong!

Smakelijk!

 

 

*Neem géén Nesquick (je weet wel dat poeder voor de koude chocoladedrank). Het mag niet gezoet zijn, dus het donkerbruine bittere spul.

 

Volgende zondag op het menu: 

Smeuïge crème brûlee met kardemom en frambozen

Ik moet bekennen, ik ben eigenlijk geen zoetebek. Als ik op restaurant een dessert “moet” bestellen, dan zal ik toch meestal voor de kaas gaan. Want ik vind alles meestal te … zoet. Zeker met desserts als crème brûlée. Maar dit recept is toch wat anders. Het is heel fris, een beetje verrassend en zeker niet mierzoet. Wat denk je? Gaan we eraan beginnen?

 

Wat heb je nodig voor een 6-tal potjes? 

  • 300 ml room
  • 2 kardemom peultjes
  • 2 el gewone suiker
  • 4 eierdooiers
  • 125 g frambozen (ongeveer 4-5 per potje)
  • 2 el bruine suiker

Ga eerst en vooral op zoek naar zes potjes die vuurvast zijn, want zonder gaat het niet lukken. En zet tijdens je zoektocht ook al je oven aan op 170° want zonder dat, gaat het ook niet lukken.

Zet ongeveer anderhalve liter water op het vuur (of doe in een waterkoker) en breng aan de kook.

Haal de pitjes uit de kardamompeultjes en doe ze in de room. Zet de room op het vuur en laat heet worden (maar ’t mag zeker niet koken!).

Doe de eierdooiers in een kommetje samen met de 2 el kristalsuiker en roer goed tot de suiker wat is opgelost.

(de room is toch niet aan het koken hé)

Giet de hete room bij de eieren en roer goed gedurende een minuutje.

Vul de potjes met de frambozen en zet ze in een ovenschaal. Giet nu de room in de potjes.

Zet de schaal in de oven en giet daar nu het water bij. Niet in de potjes natuurlijk, maar in de schaal. Ze moeten halverwege in het water staan (ongeveer).

Oven dicht en laat ze 20 minuutjes in de oven garen.

Haal voorzichtig uit de oven en laat de potjes afkoelen. Dek af met folie en laat ze minstens 4 uur in de koelkast opstijven.

Verdeel net voor het serveren de bruine suiker over de potjes. En karameliseer de suiker met een gasbrander of zet ze enkele minuutjes onder de grill.

Serveer meteen.

Smakelijk!