Geen zomer zonder crostata.

Stel, je bent niet echt een bakker. Je hebt weinig materiaal, hoogstens een oven, maar je wil toch een taart tevoorschijn toveren. Dan ben ik je beste vriendin, want ik heb een heerlijk recept voor je. Dit is meer dan supereenvoudig en evenredig lekker. Serieus. Het was héél stil aan tafel toen ze hiervan aan het smullen waren. En dat zal bij jou niet anders zijn. Wat denk je? Gaan we eraan beginnen?

 

 

Wat heb je nodig? 

  • 200 g bloem
  • 1 groot ei
  • 100 g zachte boter
  • 1 snuf zout
  • 3 el suiker
  • 500 g bessen (blauwe, braam, aardbei, framboos, rode bessen en eventueel rijpe perziken)
  • 1 el frambozenconfituur (of andere rode)
  • 2 el amandelmeel
  • 1 tl maïzena
  • 2 el melk (of wat losgeklopt ei)
  • Citroen (rasp)
  • Grove suiker en bloemsuiker (optioneel)

 

Doe de bloem in een kom samen met de 3 eetlepels suiker en het zout. Breek het eitje in de kom en meng alles met je handen en kneed het deeg tot het een mooie bol is (daar ben je een klein minuutje zoet mee). Maak je handen weer proper en wikkel de bol in wat plastiekfolie en leg een uurtje in de koelkast.

Snijd de aardbeien in twee en de eventuele perziken in plakjes en doe in een kom samen met een opgehoopte eetlepel confituur, de andere bessen, maïzena en twee opgehoopte lepels gemalen amandelen. Doe er wat van de citroenzeste bij (1/2 tl ongeveer).

Verwarm de oven voor op 180° en haal de deegbol uit de koelkast.

Neem een keukenrol of een fles.

Best een fles een die leeg is, of helemaal vol, halfvol gaat wat lastig zijn denk ik. En ja, ook liefst een die rond is, je whiskyfles mag je onder je bed laten staan. 😉

Maak je werkblad proper en leg er wat bakpapier op. Bestuif je rol met wat bloem en rol het deeg uit tot ongeveer een 1/2 cm dikte. Dat gaat wat scheuren aan de uiteinden, maar dat geeft niet.

Bestrijk het midden met de vruchtenvulling en vouw de uiteinden van het deeg erover. Bestrijk de randen van het deeg met wat melk of een losgeklopt eitje en besprenkel met wat grove suiker. Leg de taart met bakpapier en al op een ovenplaat.

Zet een half uurtje in de oven tot ze mooi goudkleurig ziet.

Serveer koud of lauwwarm met een bolletje ijs. Als je wil mag je er nog wat bloemsuiker over zeven en een beetje citroenrasp.

Lekker ze!

 

 

 

 

Thaise maaltijdsoep om nooit meer te vergeten.

In de zomer maak ik zo goed als nooit soep, en als ik er een maak, is het een maaltijdsoep, vreemd genoeg. Dat is als je wat tegendraads bent hé. Dit exotisch maagvullertje maak ik toch wel heel regelmatig. Er zit heel veel smaak in, een beetje pit, en moeilijk is het niet. Een beetje zoals het leven, … soms. Wat denk je? Gaan we eraan beginnen?

 

Wat heb je nodig? 

  • +/- 500 g gekruid kipgehakt
  • 4 cm gember (geraspt)
  • 1 à 2 spaanse peper* (fijngehakt)
  • 1 bosje koriander
  • 4 lente-uitjes (fijngehakt)
  • 2 citroengrasstengels
  • 125 g rijstnoedels (van die platte)
  • 1 l kippenbouillon
  • 1 blik kokosmelk (goed lopende)** (400 ml)
  • 100 g sugarsnapboontjes of peultjes
  • 1 limoen (sap)
  • 1 tl bruine suiker
  • 1 el vissaus
  • 10 blaadjes munt (optioneel)

 

Thaise kippensoep

Doe het kippengehakt in een kom, doe er een theelepel van de geraspte gember bij, de helft van de chili en de helft van lente-uitjes. Hak de koriander fijn en doe de fijngesneden steeltjes bij het gehakt.  Hou de blaadjes (of toch een deel ervan) opzij. Meng alles goed.

Maak je handen nat met water en vorm balletjes (pingpongbal grootte).

Kook de noedels volgens de instructies op de verpakking en spoel achteraf goed met water.

Klop de citroengrasstengels wat plat zodat de vezels wat loskomen.

Doe de bouillon en de kokosmelk in een kookpot en breng bijna aan de kook, het mag niet echt koken. Doe er het citroengras, de rest van de gember, en chili bij en laat wat trekken (mag niet koken!).

Na een minuut of 2-3 mogen er de kippenballetjes bij. Ook nu weer, de soep niet laten koken. De balletjes zijn gaar als ze komen bovendrijven.

Snijd de sugarsnaps in reepjes en doe bij de soep en laat 2 minuutjes meegaren.

Breng de soep op smaak met de vissaus, de suiker (onontbeerlijk) en het limoensap.

Verdeel de noedels over de kommen, schep er de soep over en werk af met wat lente-ui, koriander, munt en chili.

Heel héét héél lekker.

Smakelijk!

 

 

* hou je niet van pikant, ga dan voor 1 spaanse peper

** het mag geen dikke kokosmelk zijn, ik schud gewoon eens aan het blik om te horen als het lopende is. 🙂

 

IJssandwiches om voor te smelten

Met temperaturen die voortdurend flirten rond de 28°, kan een lekker ijsje  een geschenk uit de hemel zijn. Zoveel is zeker. Maar vandaag krijg je hier voorlopig alleen het recept voor de koekjes, en doen we het met aangekocht ijs. Vergeef het me, mijn ijsmachine is verbannen naar de eeuwige permafrost verdoemenis. Het rotding. 😉

Treur niet, de koekjes zijn ook lekker zonder ijs, en ’t is plezant om samen te maken met de kinderen. Kom, we beginnen eraan!

(Oh vergeet je ook niet mijn nieuwe Facebookpagina te liken? Je doet er mij een groot plezier mee!)

 

Wat heb je nodig?

  • 150 g boter
  • 50 g bruine suiker
  • 75 g kristalsuiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1 groot ei
  • 200 g bloem
  • 25 g ongezoet cacaopoeder*
  • 1 snufje zout
  • 200 g zwarte chocoladepastilles
  • Roomijs: stracciatella, vanille, pistache, aardbei … wat je lekker vindt

 

 

Verwarm de oven voor op 180°.

Snijd de boter in blokjes en doe er de suikers en het zout bij. Roer met een houten lepel tot alles goed gemengd is. Breek er het eitje en doe bij de boter (de eierschaal mag in de groene bak 😉 ). Roer goed tot een homogene massa.

Hoe zit dat met die zeef, weet je ze nu al liggen? 

Zeef de cacao en de bloem bij de rest en zorg dat alles goed vermengd is. Als laatste mag de chocolade erbij.

Neem een ovenplaat (of twee) en bekleed ze met bakpapier of een siliconematje. Ik had er maar één en heb ze in 2 batchen moeten bakken.

Schep bolletjes deeg (ongeveer de grootte van een pingpongbal) op het matje en zorg ervoor dat er rondom rond een paar centimeters vrij zijn. Druk ze wat plat.

Zet ze 10 à 12 minuten in de oven. Laat ze vervolgens afkoelen op een rooster zodat ze kunnen uitharden.

Neem een koekje, leg er een bolletje ijs op, en druk plat met een tweede koekje. Lekker jong!

Smakelijk!

 

 

*Neem géén Nesquick (je weet wel dat poeder voor de koude chocoladedrank). Het mag niet gezoet zijn, dus het donkerbruine bittere spul.

 

Volgende zondag op het menu: 

Het perfecte anti-stress slaatje.

Je weet hoe dat gaat.  Je staart naar die grasmat en die 11 rode mieren die erop rondzwermen, de temperatuur die maar blijft stijgen, de hartslag nog meer. En dan denk je, pffft… ik word te oud hiervoor. Gelukkig is er dit slaatje waarmee je eeuwig (kuch, kuch) jong blijft. Dit slaatje is echt à l’improviste. Er kan gerust nog meer bij (ik denk daarbij aan parmaham, basilicum, avocado, aubergine …) en je kan de feta vervangen door gegrilde hallumi. Kom, we beginnen eraan!

Wat heb je nodig? (recept voor 2) 

  • 2 handen gemengde sla
  • 3 rijpe perziken
  • 1 blokje feta (200-250 g)
  • 1 courgette
  • 2 el geroosterde pijnboompitten
  • 1/2 tl tijm
  • 1 tl roze peperkorrels
  • olijfolie
  • Vers citroensap
  • Peper en zout

Zet de oven aan op 180°.

Doe de feta in een vuurvast schaaltje, besprenkel met wat olijfolie, doe er de tijm en roze peperkorrels op en kruid met peper en zout. Zet 8 minuutjes in de oven.

Zet een grillpan op het vuur en laat goed heet worden tot het begint te roken. Je moet echt zolang wachten, anders blijft alles aan de pan plakken. Olie hoeft er ook niet in.

Snijd de courgette in fijne plakjes en besprenkel rijkelijk met olijfolie, kruid met peper en zout. Grill de plakken gaar in de pan.

Snijd de perziken in twee, ontpit ze en leg ze met de snijkant naar beneden op de grill. Laat ze 2-3 minuten bakken.

Heb je de feta al uit de oven gehaald? Begint de feta te kleuren? Perfect! Dan mag hij er uit.

Owkee. Zet twee borden op het aanrecht (of ergens anders, maakt mij niet uit waar). Verdeel er de sla over, de gebakken feta, de perziken en de courgettes. Besprenkel met de pijnboompitjes, een straaltje olijfolie erover en wat citroensap. Kruid de salade (jawel) met peper en zout.

Mensen vergeten altijd de salade te kruiden. Maar jij niet. 😉

Smakelijk!

 

Oh ja, heb je mijn nieuwe pagina al geliked? Je zou er mij een groooooot plezier mee doen. Echt. Alvast merciekes!

Verrassing! Ik trakteer je op een Pimm’s slushie!

Ha! Dit had je niet verwacht hé. Maar ik had dit recept zien passeren op BBC Goodfood en ik dacht, kom ik probeer dat ook ne keer. Ook omdat ik graag cocktails … euh … fotografeer (kuch kuch).

Fin soit, hier is het recept, hopelijk brengt het wat verfrissing! ’t Is in ieder geval héél lekker.

 

 

Wat heb je nodig voor 2 cocktails?

100 ml Pimm’s
8 aardbeien
4 lange plakjes komkommer
2 schepjes citroen/limoen sorbet
Spa bruis
Munt
IJs

Snijd de aardbeien in vier en verdeel over de glazen, doe er de komkommer bij en het ijs. Overgiet met de Pimm’s en top af met bruisend water. Daarop mag het bolletje sorbet en werk af met de munt.

Ik had toevallig citroen-limoen sorbet, maar citroen alleen gaat zeker ook.

Hik!

Smeuïge crème brûlee met kardemom en frambozen

Ik moet bekennen, ik ben eigenlijk geen zoetebek. Als ik op restaurant een dessert “moet” bestellen, dan zal ik toch meestal voor de kaas gaan. Want ik vind alles meestal te … zoet. Zeker met desserts als crème brûlée. Maar dit recept is toch wat anders. Het is heel fris, een beetje verrassend en zeker niet mierzoet. Wat denk je? Gaan we eraan beginnen?

 

Wat heb je nodig voor een 6-tal potjes? 

  • 300 ml room
  • 2 kardemom peultjes
  • 2 el gewone suiker
  • 4 eierdooiers
  • 125 g frambozen (ongeveer 4-5 per potje)
  • 2 el bruine suiker

Ga eerst en vooral op zoek naar zes potjes die vuurvast zijn, want zonder gaat het niet lukken. En zet tijdens je zoektocht ook al je oven aan op 170° want zonder dat, gaat het ook niet lukken.

Zet ongeveer anderhalve liter water op het vuur (of doe in een waterkoker) en breng aan de kook.

Haal de pitjes uit de kardamompeultjes en doe ze in de room. Zet de room op het vuur en laat heet worden (maar ’t mag zeker niet koken!).

Doe de eierdooiers in een kommetje samen met de 2 el kristalsuiker en roer goed tot de suiker wat is opgelost.

(de room is toch niet aan het koken hé)

Giet de hete room bij de eieren en roer goed gedurende een minuutje.

Vul de potjes met de frambozen en zet ze in een ovenschaal. Giet nu de room in de potjes.

Zet de schaal in de oven en giet daar nu het water bij. Niet in de potjes natuurlijk, maar in de schaal. Ze moeten halverwege in het water staan (ongeveer).

Oven dicht en laat ze 20 minuutjes in de oven garen.

Haal voorzichtig uit de oven en laat de potjes afkoelen. Dek af met folie en laat ze minstens 4 uur in de koelkast opstijven.

Verdeel net voor het serveren de bruine suiker over de potjes. En karameliseer de suiker met een gasbrander of zet ze enkele minuutjes onder de grill.

Serveer meteen.

Smakelijk!

 

 

Alleen jij bepaalt of je faalt.

Dit zal, by far, mijn moeilijkste blogpost zijn ooit. Begrijp me niet verkeerd, ik ben een oprecht contente mens. Maar ik heb dat wel moeten leren. The hard way.

Iedereen weet dat op een fractie van een seconde, je leven zoals je het kent, voorbij kan zijn. Iedereen weet dat, maar je beseft het niet echt tot het je overkomt. Een stomme val van een nog stommer trapje. Ik wist, liggend op de vloer, dat mijn leven dat ik tot dan kende definitief gedaan was.

De jaren erna waren vooral gevuld met verlies. Partner kwijt, klanten kwijt, carrière kwijt, geld kwijt, huis kwijt, vrienden kwijt, gezondheid kwijt, zorgeloosheid kwijt, mijn eigenwaarde kwijt, mijn zelfvertrouwen … letterlijk alles was ik kwijt. Ik voelde me herleid tot niets. Ik was niets meer, zelfs geen mens.

Op een dag moest ik naar de specialist om mijn rug te checken na de operatie. En ik vroeg hem hoelang ik nog pijn zou hebben? Hij schoot in de lach en zei laconiek “mor madammeke, gij zijt voor de rest van uw leven rug- en pijnpatiënt!”

Op dat moment voelde ik vanuit mijn buik zo’n enorme weerstand opborrelen en ik riep: neen! Neen! Neen!

Van dat moment is mijn tergend trage wederopstanding in gang gezet.

Ik heb het grote geluk dat ik gewoon niet kan opgeven. Ik krijg het woord niet eens over mijn lippen. Ik. Kan. Niet. Opgeven.

Maar boy wat is het hard geweest, en is het nog steeds een struggle. Vechten tegen mezelf meestal. En tegen de onzekerheid die na die ellendige val in mijn lijf is gekropen.

Jarenlang was ik ervan overtuigd dat copywriting, mijn grote passie, voorgoed voorbij was. Omdat ik door de pijn en de stress teveel fouten maakte. Dat was voor mij nog het moeilijkste om dragen. Nog meer dan mijn gebroken huwelijk, of het verdwenen geld. Want schrijven met in het achterhoofd de angst om fouten te maken, is dodelijk voor elke creatief. Je maakt gewoon nog meer fouten.

Al mijn zekerheden waren weg. Maar vreemd genoeg, in al die ellende, kwam er ook ruimte vrij voor  nieuwe dingen.

Het is dankzij mijn ongeval dat ik de fotografie ontdekte, het gaf me een lichtje in de duisternis. Ik maakte met mezelf de afspraak dat ik elke dag, zonder fout een recept zou bedenken, koken, stylen, fotograferen én bloggen. Na een jaar van dagelijks bloggen (en zo’n 4000 dagelijkse bezoekers) werd ik “ontdekt” door VTM Koken. Dat was mijn eerste – schuchtere – doorbraak. Geloof me, veel werd ik voor dat werk niet betaald, ik  kwam met moeite uit mijn kosten. Maar ik bleef doorzetten.

 

 

Er kwamen steeds meer nieuwe klanten bij … maar ze gingen ook weer weg. Probleem? Ik was niet stabiel genoeg. Té emotioneel, de druk was te hoog. Het jarenlange letterlijk alleen zijn, had zijn tol geëist. Ik wist gewoonweg niet meer hoe ik met mensen moest samenwerken. Hoe ik gewoon moest “zijn” zonder me per sé te moeten bewijzen. Ontspannen, genieten van mijn talent, zonder angst.

Dus terug naar de drawing board. Ik moest het kind in mij terugvinden. Het werd de moeilijkste periode in mijn leven. Je angsten, je fouten, je gedrag onder ogen zien, is niet makkelijk. Het besef dat je ook zelf verantwoordelijk bent voor je leven. Dat het je niet zomaar “overkomt”. Dat jij zelf bepaalt hoe mensen jou behandelen. Niet simpel.

 

Dus kwam er eind vorig jaar weer die knieval. Weer naar af. Maar wel met de wetenschap dat “it ain’t over till I say it’s over”.

Tot op de dag van vandaag heb ik elke dag gewerkt aan mezelf, ik heb opnieuw geleerd hoe ik moet omgaan met mensen. Er is weer regelmaat in mijn leven, ik geniet van het schrijven en het fotograferen. Het een gaat perfect samen met het ander. Ik heb nog veel te weinig werk, dat klopt, maar ik geef niet op. Ik werk en blijf bijschaven. Ik geloof erin. Die neen! Neen! Neen! uit de buik is weer terug.

Het rare is, wat er ook allemaal gebeurd is, ik zou het voor geen geld willen missen. Het heeft van mij een beter mens gemaakt. Ik ben nu veel gelukkiger dan voor mijn val, ik voel me goed, ik ben content. Ik weet nu wat echt geluk is, en da’s niet spectaculair, maar gewoon genieten van de kleine dingen. En vooral, ik leef met de wetenschap dat, wat er ook gebeurt, ik altijd weer recht krabbel.

Ik geef nooit op.

Never.

Dat is mijn grootste rijkdom.

En die rug? Mor madammeke toch. Die doet al jaren geen pijn meer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veggielasagne zonder euh … lasagne.

Ja, ’t is lasagne zonder …  erm … lasagnevellen. Tja, ik eet al een hele tijd geen pasta meer, en dat ga je hier ook aan de recepten merken (maar niet als ’t zoete zondag is). Maar als je persé pasta erbij wil, ’t gaat perfect zenne. Gewoon er wat vellen ertussen moffelen en bam! Ge zijt gesteld! Kom we beginnen eraan!

Zet eerst de oven aan op 180 graden, want anders vergeet je het!

 

 

Wat heb je nodig?

  • 1 ui
  • 2 teentjes look
  • 1 Spaanse peper
  • 680 g passata (ik per abuis een bokaal genomen met basilicum)
  • 2 courgetten
  • 1 aubergine
  • 150 g champignons
  • 350 g geroosterde paprika’s (bokaal)
  • 400 g spinazie (ontdooid – of vers aangestoofd)
  • 250-350 g ricotta
  • 50 g parmezaan
  • Peper en zout
  • Muskaatnoot
  • Olijfolie

Pel de ajuin en look en hak samen met de peper fijn. Doe een eetlepel olijfolie in een pot en zet op een matig vuur. Fruit er de look, peper en ui in tot ze glazig zien. Doe er de passata bij (is het zonder smaakje, dan mag er een flinke theelepel gedroogde basilicum of oregano bij). Verhoog het vuur wat. Kruid met peper en zout en laat 10 minuutjes pruttelen.

(staat je oven al aan trouwens?)

Snijd ondertussen de courgettes en de aubergine in dunne plakken en besprenkel rijkelijk met olijfolie.

Zet een grillpan op het vuur en laat goed heet worden (de pan moet beginnen roken). Grill de courgettes en de aubergines tot ze gaar zijn. Kruid ze met peper en zout.

En zet ook je dampkap aan of ramen en deuren open want anders gaat het brandalarm af. Ik hoop dat je nu nog de tekst kan verder lezen. 😉

Meng de spinazie met de ricotta en breng op smaak met peper, zout en muskaatnoot.

Snijd de champignons en de paprika’s in plakjes.

Neem een ovenschaal en vet in met wat olijfolie.

Schep een laagje van de tomatensaus in de ovenschaal, en werk dan in laagjes, courgettes, spinazie-ricotta, champignons, paprika’s… tot alles op is. Bedek de bovenste laag met de parmezaan en zet 40 minuutjes in de oven.

Is lekker met een fris slaatje.

 

Laat het smaken!

 

 

P.s.: Als je wil kun je er ook nog een laagje mozzarella tussen leggen, ook lekker!

 

Zomerse limoen citroen cheesecake

Het is weer zoete zond-ag! En ik had deze keer zin in zo’n fris zure, niet al te zoete kaastaart. Eentje die gemakkelijk is, maar waarmee je wel kan scoren. Je kan ze lekker eenvoudig maken of meer fancy zoals op de foto. ’t Is gelijk ge wilt! Kom, schortje aan (’t zal nodig zijn) en we gaan eraan beginnen!

 

Wat heb je nodig voor de basic versie? 

  • 125 g speculooskoekjes
  • 50 g boter
  • 350 g mascarponekaas
  • 15 cl room
  • 1 limoen
  • 1 citroen
  • 50 g bloemsuiker
  • 6 g gelatineblaadjes

Wat heb je extra nodig voor de fancy versie? 

  • 1 citroen
  • 1 limoen
  • Bessen
  • Munt
  • 10 cl room
  • ½ el bloemsuiker
  • 1el abrikozenconfituur (optioneel)

Verkruimel de koekjes (ik doe dat gewoon in een plastic zakje en klop er met veel bravoure op – oud zeer en zo, je kent dat wel) en smelt de boter. Meng alles goed onder elkaar.

Neem een springvorm van 20 cm doorsnede (23 cm is al te groot), vet ‘m goed in en bekleed ‘m met boterpapier of plasticfolie. Ik doe dat met boter omdat het papier dan netjes blijft kleven aan de vorm. Handig ze.

Stort de koekjeskruimels in de vorm en druk goed aan tot je ne schone platte bodem hebt. Ik gebruik hiervoor de stamper van mijn vijzel, maar met een lepel gaat ook. Of met je handen. Ook goed.

Zet een uurtje in de diepvriezer. Als je geen plekske vindt, parkeer ze anders wat langer in de koelkast. De boter moet helemaal weer opstijven, vandaar.

Haal ondertussen de mascarpone uit de koelkast (daar kunt ge dan de vorm zetten hé) en laat hem op kamertemperatuur komen. Als je die direct uit de koelkast gebruikt dan krijg je klonters, vandaar.

Week de gelatine in koud water en trek ondertussen je schort aan en ga op zoek naar die dekselse klopper. “Waar ligt die nu alweer? Hier neen, daar? Ook niet… ah wacht … hier! Tjiens, waarom ligt die hier nu?” 

Klop de 15 cl room met de suiker stijf. Ik gebruik hiervoor altijd een glazen of inox kom én ijskoude VOLLE room. Da’s direct stijfgeklopt zoiets.

Rasp de schil van de citroen en de limoen en pers ze uit. Je hebt 100 ml sap nodig.

Zet het sap op het vuur en warm wat op (zeker niet heet laten worden). Haal weer van het vuur. Knijp de gelatine uit en roer de gelatine onder het sap (niet het water hé, dat mag weg). De gelatine zal meteen oplossen.

Roer de rasp en het gelatinesap onder de mascarpone. Vouw er de slagroom onder. Haal de vorm uit de diepvriezer of koelkast.

Stort het mengsel in de vorm, en strijk glad. Ik vind dat een heel rustgevend werkske. Ik kan daar echt minuuuuuuten mee bezig zijn tot ik het helemaal glad heb gekregen. Zalig.

Zet de kaastaart minstens 2 uur in de koelkast.

En de basisversie is klaar!

 

 

Dan voor het “show” element. 

Doe terug jouw ondertussen bespatte schort aan. Klop de room met de suiker stijf.

Doe de confituur in een steelpannetje samen met 3 eetlepels water (of meer als het nog niet lopend is). En warm op. De confituur moet oplossen en een mooie gelei worden.*

Snijd de limoen en citroen in plakjes met een scherp mes of mandoline en versier er de taart mee. Bestrijk de plakjes met de gelei zodat ze hun kleur blijven behouden.

Werk de cake af met wat toefjes slagroom, besjes en nog wat rasp van citroen of limoen. Die muntblaadjes passen er wel bij, maar da’s eerder voor de foto. Binnen de 5 minuten zijn die verwelkt. Of je doet ze er op net voor het serveren, dan gaat het.

Elks ne goeie zondag!

 

 

 

*optionele stap, kan ook zonder, maar met blijft het langer mooi.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

’t Is gene paella! Maar wat is het dan wel???

Hier zijn we weer! Vandaag is het zo’n recept dat ideaal is om je diepvriezer eens uit te kuisen. Ge weet wel, er ligt nog wel ergens een half zakje zeevruchten of scampi’s in, een handje diepvries erwtjes en of boontjes omdat het niet meer in het kookpotje geraakte. Tijd om dat eens definitief weg te werken.

Oh ja, waarom is ’t gene paella? Wel, er zit helemaal geen rijst in. ’t Is koolhydraatarm vandaag! Olé.

 

 

Wat heb je nodig? 

  • 1 grote bloemkool
  • 150 g chorizo
  • 1 kleine ui
  • 2 teentjes look
  • 1 rode en of 1 groene paprika
  • 2 wortelen
  • 1 kopje erwtjes
  • 100 g sperzieboontjes (in drie gesneden)
  • 350 g zeevruchten (mag diepvries zijn)
  • 10 saffraandraatjes (mag minder zijn) of 1/2 tl kurkuma
  • 1/2 tl gerookt paprikapoeder (of naar smaak)
  • 1 citroen
  • platte peterselie (optioneel)
  • 150 ml water met daarin 1/2 bouillonblokje (groenten of kip)
  • peper en zout

Verdeel de bloemkool in roosjes en cutter ze fijn in een keukenrobot of met een mes (duurt wat langer, maar ’t is wel een plezant werkje). Da’s je rijst.

Trek het vel van de chorizo en snijd het vlees in plakjes.

Heb je zo’n grote wok? Héél goed! Zet die maar op het vuur. Anders met een hele grooooooote braadpan gaat het ook.

Gooi daar de chorizo in en laat op een middelmatig vuur bakken. Ge gaat zien, daar komt genoeg vet uit om de rest mee te bakken.

Oei, de ui en look moet nog gepeld en fijngesneden worden. Doe dat maar snel want die mag bij de chorizo.

Ook de paprika(s) mogen in blokjes en de wortelen. Doe maar in de wok.

Ah ja, ze vragen of de bloemkool, boontjes, erwtjes, zeevruchten, paprikapoeder en saffraan mee naar ’t feestje mogen?

Zeg maar ja!

Roerbak gedurende een minuut zodat alle smaken opgenomen worden. Hoor je de castagnetten al? Dat wil waarschijnlijk zeggen dat je vuur misschien ietsjes te hoog staat. 🙂

Doe er maar de bouillon bij en laat zo’n 8 minuutjes sudderen. Af en toe roeren. Je moet niet op zoek gaan naar een passend deksel, dat heb je toch niet nodig.

Ah, proef ne keer, en zie of er wat peper en zout bij mag? Soms wel, soms niet.

Pers ondertussen die citroen uit en hak de peterselie fijn.

Haal van het vuur, besprenkel met het sap, de peterselie en serveer!

 

Da’s goed eten, mijn gedacht! Ah ja, mocht je nog wat witte vis hebben, dat mag er ook bij. Gaat trouwens ook met blokjes kip als je geen vis lust. Zalm past er niet goed bij.

 

Smakelijk!

 

 

Ann.

Meer weten over mij? Hier is de link.