’t Is geen puttanesca, maar ’t is wel lekker!

Ik mag deze saus niet puttanesca noemen, maar wulps is ze wel. Massa’s smaak, beetje potig, en toch licht verteerbaar. Ideaal met deze bakoven temperaturen. Ze is wat zoutzurig door de ansjovis en de kappertjes. Heerlijk met wat geschaafde parmezaan erover.  Kom jong, we beginnen eraan!

 

Wat heb je nodig? 

  • 1 bokaal passata (700 g)
  • 1 blik tomatenblokjes (400 g)
  • 2 wortelen
  • 1 rode, 1 groene paprika
  • 1 ui
  • 3 teentjes look
  • 30 zwarte olijven (Griekse)
  • 3 el kappertjes
  • 6 ansjovisfilets (gezouten)
  • Peper en zout
  • verse basilicum
  • 2 tl oregano
  • 2 el olijfolie
  • Courgettes (1/pers) of pasta

Pel de ui en look en hak fijn. Droog je tranen. Snijd de wortelen en de paprika in blokjes. Doe de olijfolie in een kookpot met dikke bodem en fruit er de ui en look in tot ze glazig zien. Droog je tranen. Doe er de groentjes bij en laat 5 minuutjes zachtjes meestoven.

Nu mag er de tomatenpassata bij, de tomatenblokjes en oregano.  Kruid met peper en een beetje zout. Laat 15 minuten sudderen. Doe er de ansjovis, uitgelekte kappertjes en ontpitte olijven bij en laat nog 10 minuten pruttelen. Proef en kruid nog bij indien nodig.

Snijd slierten van de courgettes (ik heb zo’n spiraalspul). Snijd niet in je vingers, of droog je tranen. Laat een wok goed heet worden tot hij begint te roken, doe er wat olijfolie in, en roerbak de courgetteslierten. Breng ze op smaak met peper en zout. Als ze gaar zijn, laat wat uitlekken in een vergiet. Of kook gewoon pasta, ’t is maar wat je lekker vindt.

Serveer de pasta met parmezaan en verse basilicum. Proef. Droog je tranen.

 

Smakelijk!